Er is meer dan genoeg voedsel voor alle aardbewoners, nu en in de toekomst. Het probleem is de ongelijke verdeling. In rijke landen is er overvloed in arme landen is er een tekort.

Antwoord: De overvloed in rijke landen komt doordat ze voedselproducten van elders kunnen importeren. Ze teren daarbij op de hulpbronnen van andere landen. Bewoners van arme landen kunnen dat niet. Ze zijn op zichzelf aangewezen of moeten hun grondstoffen ruilen voor voedsel.
Overbevolking is per definitie een situatie waarin een gebied niet kan voorzien in de behoeften van zijn bewoners. In die zin zijn zowel de rijke als de arme landen overbevolkt: de rijke, omdat ze voedselproducten van buiten importeren, de arme, omdat het land onvoldoende middelen van bestaan biedt aan zijn inwoners.
Een evenwicht ontstaat als de natuurlijk draagkracht van een gebied is afgestemd op het aantal inwoners en er geen grootschalig transport van voedselproducten nodig is. Transport zorgt voor veel CO2-uitstoot en draagt daardoor bij aan de klimaatverandering, met nog meer voedselproblemen tot gevolg.
Een eerlijker verdeling van voedsel over de wereld zou nog meer transport noodzakelijk maken, en nog meer energieverbruik voor de verwerking en conservering en het aanleggen van wegen. De CO2-uitstoot zou verder toenemen.